Leerlingenzorg
Kinderen mogen als ze vier jaar zijn naar school. De ouders krijgen van het stadhuis een kaart toegestuurd wanneer hun kind 3 jaar is. Met die kaart kunnen ze hun kind aanmelden op school. Als dat bijtijds gebeurt, kan het kind al voordat het vier jaar is een paar keer op school komen om te wennen (dat noemen we: op visite komen).
Een kind dat bij ons op school wordt aangemeld en van een andere school komt, wordt (als er geen bijzonderheden zijn) in dezelfde groep geplaatst als op de vorige school. Er vindt in dat geval altijd contact plaats met de school van herkomst.
Leerlingvolgsysteem en Cito-toetsen
Vanaf groep 1 tot en met 8 wordt de schoolontwikkeling van het kind bijgehouden. We noemen dat het leerlingvolgsysteem. In alle groepen maken kinderen regelmatig een toets. Vanaf groep 3 zijn er toetsen voor rekenen, spelling, technisch lezen, begrijpend lezen en woordenschatontwikkeling. De meeste toetsen zijn methodegebonden of toetsen ontwikkeld door Cito.
In groep 2 en 3 krijgen de kinderen een toets voor begripsontwikkeling en ordenen. In groep 3 doen de kinderen ook mee aan het derdegroeps-onderzoek. Daarbij worden aanleg en prestaties gemeten. In groep 5 is er een toets cognitieve vaardigheden. Ook is er het pedagogisch leerlingvolgsysteem. Dit systeem volgt de sociale en emotionele ontwikkeling van de kinderen.
In groep 7 doen de kinderen de Cito-entréetoets. Deze toets wordt gebruikt om vast te stellen wat de basisvaardigheden van de leerling zijn, en wat er nog geoefend moet worden voor de Cito-eindtoets. In groep 8 wordt de Cito-eindtoets gemaakt. De uitslag hiervan, in combinatie met het beeld dat de leerkracht heeft op basis van de schoolloopbaan, geeft aan voor welke vervolgschool het kind in aanmerking komt.
Twee keer per jaar worden alle leerlingen besproken. De toetsgegevens en de klassenresultaten worden dan vergeleken. De eigen leerkracht, de intern begeleider, de remedial teacher en één van de directieleden zijn daarbij aanwezig. Er wordt gekeken hoe het kind vooruit gaat en of er extra hulp nodig is.
Van iedere leerling wordt een leerling-dossier bijgehouden. Daarin zijn te vinden: de rapportcijfers, toetsresultaten, bijzondere onderzoeken enzovoort. Ook als er gesprekken met de ouders zijn geweest, wordt dat vermeld. Van iedere groep wordt een groepsmap en een zorgmap bijgehouden.
De kinderen van groep 3 tot en met groep 8 krijgen drie keer per jaar een rapport mee naar huis. Dat rapport wordt de eerste twee keren aan de ouders persoonlijk overhandigd. De ouders worden daarvoor uitgenodigd op school en hebben dan een tien-minutengesprek met de meester of juf. De kinderen van groep 1 en 2 krijgen geen rapport, maar hun vorderingen worden wel bijgehouden. De ouders worden uitgenodigd voor een gesprek.
Ouders hoeven de uitnodiging voor rapportbespreking niet af te wachten: als ze over hun kind willen praten kunnen ze altijd een afspraak maken.
Kinderen die extra hulp nodig hebben, krijgen die in eerste instantie van de eigen leerkracht. De specifieke hulp wordt beschreven in een zogenaamd groepsplan. Deze kinderen krijgen dan regelmatig extra uitleg aan de instructietafel en soms ook extra huiswerk. Als de hulp die de leerling nodig heeft buiten de gangbare leerstof valt, of als er sprake is van dyslexie o.i.d., krijgt het kind buiten de klas extra hulp van de Remedial Teacher. De ouders worden hiervan op de hoogte gesteld. Deze kinderen krijgen individueel of in kleine groepjes extra hulp, waarna ze soms werk meekrijgen om dat daar in de klas af te maken.
Binnen de school wordt onder schooltijd met sommige kinderen gewerkt in een speelpraatgroep. Ouders van leerlingen die in aanmerking komen voor de speelpraatgroep krijgen van tevoren bericht. Deze lessen die in deze groep gegeven worden, zijn bedoeld om de sociale vaardigheden van de leerlingen te vergroten/te versterken. We krijgen hierin begeleiding vanuit Zebra (Welzijnsorganisatie). Contactpersoon is juf N. Kerkhoven.
Ieder kind krijgt de zorg die het nodig heeft. Soms wordt er extra aandacht aan het kind geschonken. Dat kan gebeuren door observaties in de klas of het afnemen van een IPO- of PDO-toets. Als een kind onderzocht gaat worden, worden de ouders op de hoogte gesteld en gevraagd hun toestemming te geven. De observaties en toetsen worden verzorgd door het HCO (Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding). Zo nodig kunnen zij een individueel psychologisch onderzoek doen.
De meeste kinderen gaan na de grote vakantie over naar de volgende groep. Soms is het beter dat een kind een leerjaar overdoet. Dat wordt altijd besproken in een leerling-bespreking, waarbij de groepsleerkracht, remedial-teacher, intern begeleider en een directielid aanwezig zijn. Daarna wordt er met de ouders overlegd.
De overgang naar het voortgezet onderwijs is een belangrijk moment voor de kinderen in groep 8. In de loop van het schooljaar worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek met de leerkracht en de directie. Ouders krijgen dan een schooladvies voor hun kind. Vervolgens melden de ouders kun kind zelf aan bij een school voor voortgezet onderwijs. Rond februari maken de kinderen de Cito-eindtoets. De uitslag van deze toets wordt doorgegeven aan het Voortgezet Onderwijs. De leerkrachten van groep 8 houden regelmatig contact met de leerkracht van de brugklas. De vorderingen van oud-leerlingen worden nog enkele jaren gevolgd om zicht te houden hoe “onze” leerlingen het doen.
Kinderen met een handicap kunnen binnen bepaalde voorwaarden bij ons op school ingeschreven worden. Als de ouders daarvoor middelen hebben aangevraagd, het z.g. “rugzakje” is hun kind van harte welkom op school mits:
- het kind leerbaar is en aan het groepsgebeuren kan deelnemen;
- het kind voldoende aanbod/aandacht kan krijgen van de leraar;
- de ononderbroken ontwikkelingslijn van alle kinderen gewaarborgd blijft.
Met enkele andere basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs heeft onze school een samenwerkingsverband. Deze scholen zijn Het Mozaïek en De Springplank. Dit samenwerkingsverband heeft een zorgcommissie, waarin ook de schoolarts, een psycholoog en een maatschappelijk werker zitting hebben. In bepaalde gevallen kunnen we een kind aanmelden bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), die dan bekijkt of het misschien beter is dat het kind naar een speciale school voor basisonderwijs gaat. Als we zelf niet voldoende hulp kunnen geven, kunnen we een beroep doen op een begeleider van het speciaal onderwijs.
Voor sommige kinderen is de gewone basisschool niet de meest geschikte school. Als we denken dat dit het geval is, wordt een kind aangemeld bij de zorgcommissie. Dit wordt altijd eerst met de ouders besproken. Als de zorgcommissie na onderzoek vindt dat een kind beter naar een school voor speciaal basisonderwijs kan gaan, dan kan dat kind aangemeld worden bij de permanente commissie leerlingenzorg. Bij alle beslissingen wordt altijd met de ouders overlegd.